Herman Smorenburg

Met name Johfra die op zijn beurt de voorkeur gaf aan de term psychisch realisme, maakte op Herman Smorenburg een overweldigende indruk en bepaalde zeker in het begin diens artistieke gedrevenheid. Tijdens een grote overzichtstentoonstelling in de Tate Gallery te Londen maakte hij kennis met de kunst van de prerafaëlieten, die sindsdien een grote inspiratiebron voor hem zou blijven. Met name het vakmanschap en de poëtische zeggingskracht van deze Engelse meesters dwingen zijn bewondering af.

Zoals terecht is geconstateerd naar aanleiding van de tentoonstelling Feest der herkenning  in de Kunsthal te Rotterdam (25 september t/m 16 januari 2011), gaat achter het technisch raffinement en de virtuositeit van de realistische kunst dikwijls een maatschappelijke boodschap schuil. Zo niet in de schilderijen van Herman Smorenburg. Maatschappelijke problemen en misstanden vindt men hierin niet terug. Zoals hij het zelf formuleert, verwijzen zijn werken naar tijdloze werkelijkheden, naar het onbegrensde: ‘Het gaat erom enig licht te schijnen op het diepste verlangen en de hoogste idealen van de mens in relatie met zijn bestaan. Hiermee geef ik aan mijn werk richting en zin. In dit opzicht weet ik mij verwant met de negentiende-eeuwse romantiek en het symbolisme en hedendaagse stromingen zoals de fantastische kunst en het visionair realisme. De waarde van een kunstwerk wordt voor mij eerder bepaald door de inherente kwaliteit en kracht om de innerlijke wereld van de beschouwer te raken dan door de formele kwaliteiten en eigenschappen van het kunstwerk zelf. Mijn schilderijen zie ik als archetypische voorstellingen, als universele iconen die grotendeels zijn losgehaakt van de begrenzingen van tijdgeest en cultuur. Zij nodigen de toeschouwer uit om de psychische kracht waarmee de voorstelling is geladen, te ondergaan. Deze interactieve werking van de spiritualiteit van de verbeelding is de diepste drijfveer van mijn kunstenaarschap.’

Herman Smorenburg (1958) werd geboren in Alkmaar. Na zijn beeldende opleiding in Amsterdam, bestudeerde hij de klassieke techniek van het glaceren over een monochrome onderschildering. Dit resulteerde in een manier van werken die wordt gekenmerkt door grote subtiliteit van kleurwerking en fijnzinnige gradaties van licht en schaduw. Zijn thematiek wordt bepaald door mythische en visionaire landschappen, soms met architectonische elementen die verwijzen naar een ver verleden. Voornamelijk vrouwelijke personages bevolken de wereld van zijn dromen. Zij nodigen de toeschouwer uit om de eenzame landschappen te betreden en de stilte en de sereniteit van deze mysterieuze werelden te ondergaan.

In de loop der jaren is Herman Smorenburg erin geslaagd zijn techniek tot grote perfectie op te voeren, wat in niet geringe mate bijdraagt tot de fenomenale kwaliteit van zijn artistieke arbeid.

Bij het opzetten van een nieuw schilderij gaat hij niet over één nacht ijs. Om een idee vast te leggen maakt hij met houtskool en potlood een voortekening. Dit gebeurt op een grijze achtergrond van uitgewreven houtskool, zodat hij op een snelle manier met potlood en kneedgum kan experimenteren met compositie, licht- en donkercontrast, dieptewerking en sfeer. De ruwe tekening wordt snel gemaakt. In een dynamisch proces komen op het papier de emoties die hij in het latere schilderij wil integreren. Zodoende bevriest als het ware het oorspronkelijk idee. Dit is een enerverend stadium in het wordingsproces van een schilderij. Hij is dan meestal zeer emotioneel geladen. Het gaat erom de essentie van de gevoelsblauwdruk in de tekening vast te leggen. Zodra dit is gelukt, is de basis gelegd en kan hij aan het schilderij beginnen.

De eerste fase van het ontstaan van een schilderij gaat zeer gedetailleerd in de vorm van een monochrome onderschildering, waarbij de aandacht te volle is gericht op de vorm en de compositie. Vervolgens worden diverse transparante kleurlagen aangebracht. Dit is een tijdrovend proces, waarbij iedere laag eerst goed moet drogen, voordat een nieuwe laag kan worden opgebracht. De schaduwpartijen worden zo doorzichtig en open mogelijk gehouden, terwijl de lichtpartijen veelal worden opgezet in meer dekkende lagen. Zo ontstaat een dieptewerking in de kleuren en een spel van licht- en donkereffecten.

Duisternis en lelijkheid zijn absoluut afwezig. Schoonheid doordringt elk detail als een lofzang op de schepping. Het is een romantisch en poëtisch verlangen om nog tijdens dit leven het onzichtbare zichtbaar te maken en te kunnen reiken naar wat voorbij de horizon ligt en toch nader is dan handen en voeten. Het is een uiting van verlangen naar transcendentie en een poging om het mysterie van het bestaan te raken, waarbij de schilder zich geconfronteerd weet met het spanningsveld van de vergankelijkheid van alle dingen en een hang naar geestelijke groei en bevrijding. In deze confrontatie voert het besef van rijkdom en enthousiasme overtuigend de boventoon. Zelfs de verwijzing naar Die Toteninsel van Arnold Böcklin in Dromen van Voorbijgaan baadt in schoonheid en weelde.

Dat er meer is dan alleen een onmiskenbaar picturaal genot, laat zich raden. De voorstelling draagt een inhoud middels symbolen die in hoge mate de artistieke zeggingskracht bepaalt. Een ieder zal en kan erin lezen, waarvan men zich volstrekt persoonlijk bewust is dan wel wordt bij het zien ervan. Zo is elk kunstwerk per definitie multi-interpretabel. Hoe de kunstenaar het oorspronkelijk heeft bedoeld, is in een zeker opzicht zelfs van secundair belang. Toch kan het geen kwaad, als hij zo nu en dan een tipje van de sluier oplicht, zoals bij het volgende schilderij: ‘In the painting Whispers from Eternity a young woman symbolises the inward soul. She is enclosed by a transparent shell which, by protecting the woman’s vulnerability and inner silence against disturbing and harmful influences from the outside world, enables her to be aware of the secret messages of the world within. The hand covering her ear also indicates protection against noise and disturbances. Behind the girl is the waxing moon, the feminine symbol of receptivity and intuition; two conditions essential for opening the ‘eyes of the soul’. The young woman’s attention is directed towards her inner voice of silence, its echoes discernible in the gentle rhythms of the sea and in the unfathomable spaces behind the stars …’ - Gerrit Luidinga