Biografie Herman Smorenburg

Auteur: Merel van den Nieuwenhof

Herman Smorenburg (Alkmaar, 1958) was als kind al gefascineerd door een mysterieuze wereld van droombeelden en fantasieën. Op jonge leeftijd manifesteerde zich de drang deze beelden met potlood en penseel vast te leggen. Zijn belangstelling voor de werking van het bewustzijn in relatie met het onderbewuste werd voorgoed gewekt. Zowel in zijn leven als in zijn kunst staat sinds zijn jeugd tot op heden de innerlijke zoektocht van de mens naar zijn oorsprong en bestemming centraal.

Voor de jonge Smorenburg waren de visuele indrukken van de weidsheid van de natuur van grote betekenis. Maar ook de confrontatie met de extravagantie van de surrealisten en de geheimzinnige fantasieën van de symbolisten inspireerden hem en zetten de toon voor zijn persoonlijke droombeelden die hij later in monumentale schilderijen zou vormgeven.

Toch koos hij er niet direct voor om zich volledig aan het kunstenaarschap over te geven. Aanvankelijk volgde hij een lerarenopleiding in Amsterdam, maar sloeg na de voltooiing hiervan een andere weg in. Hij zag af van het lesgeven in Nederland en verbleef enige tijd in een klooster in Engeland, waar hij zich verdiepte in meditatie en spiritualiteit.

Dit zou voor zijn kunst van blijvende betekenis zijn. Smorenburg legt uit: “Een meditatieve levensinstelling staat meer open voor de inwerking van inspiratie dan een levensinstelling die is ontdaan van iedere vorm van verinnerlijking en zelfonderzoek. De kunstenaar die bewust onderzoek doet naar de diepten en mogelijkheden van zijn bestaan en tevens over middelen beschikt om de verworven inzichten te verbeelden is hierdoor beter toegerust om meer subtiele aspecten van de werkelijkheid in zijn werk te suggereren.

Hieruit volgt voor mij dat de essentie van een kunstwerk eerder wordt bepaald door de inherente kwaliteit en kracht om de innerlijke wereld van de beschouwer te raken dan door de formele schilderkunstige kwaliteiten en eigenschappen van het kunstwerk als zodanig.

Mijn schilderijen nodigen de toeschouwer uit om de psychische kracht te ondergaan waarmee de voorstelling is geladen. Deze interactieve werking van de spiritualiteit van de verbeelding is de diepste drijfveer van mijn kunstenaarschap.”

Smorenburg maakte tijdens een grote overzichtstentoonstelling in de Tate Gallery in Londen kennis met de kunst van de Prerafaëlieten, die sindsdien een grote inspiratiebron voor hem zou blijven. Met name het vakmanschap en de poëtische zeggingskracht van deze Engelse meesters dwingen zijn bewondering af.

De periode in Engeland zou ook op het persoonlijke vlak van grote invloed op zijn leven zijn, want hij ontmoette er zijn vrouw, met wie hij later vier kinderen zou krijgen. Terug in Nederland ging Smorenburg alsnog lesgeven. Daarnaast timmerde hij als kunstenaar aan de weg, totdat hij op een gegeven moment vanwege gezondheidsredenen werd gedwongen het leraarschap op te geven, waardoor hij zich volledig op zijn artistieke loopbaan kon richten.

In de loop der jaren heeft Herman Smorenburg een strikt persoonlijke symbooltaal ontwikkeld, verweven met verstilde landschappen, de zee, verlaten stranden, gebergten, mysterieuze eilanden, de maan en het universum. In zijn mystieke werelden bevinden zich veelal eenzame, vaak vrouwelijke, personages en verlaten ruïnes. Hiermee wordt een zekere tijdloosheid gesuggereerd.

Smorenburg merkt op dat zijn schilderijen verwijzen naar tijdloze werkelijkheden, naar het onbegrensde, het loskomen van de begrenzingen van tijdgeest en cultuur. Zijn onderwerpen dienden zich al aan, toen hij als jonge kunstenaar een symboliek zocht om innerlijke processen te kunnen uitdrukken. Hierbij zijn bespiegelingen over leven en dood en de dualiteit van geest en materie terugkerende thema’s, zoals tot uiting komt in Het visioen van het sterfelijke leven.

Het schilderij laat een naakte jonge vrouw zien, die mét haar kleding ontdaan is van eigenwaan en illusie. De confrontatie met haar sterfelijkheid, verbeeld door de schedel, geeft haar de mogelijkheid tot innerlijke groei. Het tegenbeeld is de jongen die voorovergebogen in een graf tuurt. Hij is gehuld in een verfijnd kleed, dat duidt op een valse identiteit, en zoekt met een lampje naar inzicht, dat hij echter op deze wijze niet zal vinden. De poort achter de twee figuren staat voor de dood maar ook voor geestelijke transformatie. Daarachter zijn aan de horizon de gelukzalige kusten te zien; een symbool dat is ontleend aan de Keltische mythologie.

Aanvankelijk werkte Smorenburg voornamelijk met inkt, potlood en gouache. Toen hij in het begin van de jaren tachtig begon te experimenteren met olieverf en glaceertechniek, kreeg deze werkwijze definitief zijn voorkeur.

Om een eerste idee vast te leggen maakt de kunstenaar met houtskool en potlood een voortekening. Dit gebeurt op een grijze achtergrond van uitgewreven houtskool, zodat hij op een snelle manier met potlood en kneedgum kan experimenteren met compositie, licht- en donkercontrast, dieptewerking en sfeer. De ruwe tekening wordt snel gemaakt. In een dynamisch proces zet hij de emoties op papier die hij in het latere schilderij wil integreren. Zodoende bevriest als het ware het oorspronkelijke idee.

Dit is een spannend stadium in het wordingsproces van een schilderij. Hierover zegt Smorenburg: “In deze fase ben ik meestal zeer emotioneel geladen en schommel ik tussen stemmingen van enerzijds onrust en zorg om de essentie van de originele gevoelsblauwdruk te missen en anderzijds een intense voldoening wanneer de oorspronkelijke inspiratie zichtbaar wordt in het zich vormende beeld.” Wanneer echter geprobeerd wordt de schets teveel uit te werken, ligt het risico op de loer dat de oorspronkelijkheid verloren gaat en de tekening aan intensiteit inboet.

Het is dan verstandig om nog een tekening te maken om er zeker van te zijn dat het oorspronkelijke idee optimaal tot zijn recht komt. Zodra de kunstenaar hierin is geslaagd, is de basis gelegd en kan hij aan het schilderij beginnen.

Tegengesteld aan de ruwheid van de eerste tekening, voert Smorenburg de eerste fase van het schilderij zeer gedetailleerd uit. Hij maakt eerst een uitvoerige monochrome onderschildering, waarbij hij zich volledig richt op de vorm en compositie. Vervolgens worden verschillende transparante kleurlagen aangebracht, waarin dan de verdere detaillering kan worden uitgewerkt. Dit is een tijdrovend proces, waarbij iedere laag eerst goed moet drogen, voordat een nieuwe laag kan worden opgebracht.

De schaduwpartijen in het schilderij worden zo doorzichtig en open mogelijk gehouden, terwijl de lichtpartijen veelal worden opgezet in meer dekkende lagen. Zo ontstaat een dieptewerking in de kleuren en een spel van licht- en donkereffecten.

Tussen 1990 en 2000 onderbrak Smorenburg zijn leraarschap voor enkele jaren, waardoor hij zich meer op zijn artistieke en technische ontwikkeling kon storten. In deze periode verkende hij zijn mogelijkheden, wat resulteerde in een veelheid aan vormen en kleuren. Door te experimenteren met kleurcombinaties en -contrasten beoogde hij de geheimen van de kleur te ontrafelen en naar zijn hand te zetten.

Ook beproefde hij zijn techniek door zich te bekwamen in de stofuitdrukking, wat opmerkelijke resultaten heeft opgeleverd. Dit is onder andere te zien in het schilderij De wijze en de dwaas, dat in deze periode ontstond en dat tevens het intense kleurgebruik toont dat het werk in deze jaren kenmerkt.

Gedurende de laatste jaren is Smorenburg meer op zoek naar eenvoud in zijn composities. Ook het kleurgebruik is nu subtieler en soberder geworden. Zo slaagt hij er steeds meer in om tot de kern door te dringen, waardoor sprake is van een toenemende intensiteit.

Het werk dat Herman Smorenburg sinds 2000 heeft gemaakt wordt gekenmerkt door verstilling en eenzaamheid. In sommige schilderijen springt dit direct in het oog.

In De ontdekking wordt een meisje omringd door schedels en botten. Ze is helemaal alleen in een uitgestrekt landschap, waarin zich slechts een ruïne bevindt, die haar eenzaamheid nog eens lijkt te versterken. Het schilderij ontstond in een periode waarin de kunstenaar fysiek niet in orde was en zich daardoor ook mentaal kwetsbaar voelde. Existentieangsten en sterfelijkheidgevoelens gaven de aanzet tot het maken van dit schilderij, waarin de schilder uiting kon geven aan zijn intense emoties. Het afgebeelde meisje symboliseert de ziel die in een wereld van dood en vergankelijkheid is terechtgekomen. Zij vindt echter de geestvonk, het lichtpuntje in haar handen. De stralende ster wijst de weg naar de mysterieuze eindbestemming van de mens.

Ook De voorbereiding heeft als thema de uiteindelijke bestemming van de ziel. Het schilderij laat een mediterend meisje zien dat in afwachting voor een lege schaal zit, een symbool voor de verstilling van de geest. Het surreële, grootse landschap waarin zij is opgenomen verwijst naar het zware, bijna bovenmenselijke pad dat moet worden begaan om tot verlichting te komen. De maan en kristallen weerspiegelen de innerlijke groei en bewustwording die zij onderweg zal verwerven.

Het geschenk gaat over de dualiteit van geest en materie en toont de ontmoeting tussen hemel en aarde. Het meisje symboliseert de geestelijke werkelijkheid ofwel de hemel. Ze kijkt omlaag naar een jongen die aan haar voeten ligt geknield en een verwijzing is naar het stoffelijke ofwel het materiële. Beiden brengen elkaar geschenken. Het meisje accepteert de beperkingen van de stof, weergegeven door de blauwe mantel die overvloeit in het gesteente onder haar voeten. De jongen op zijn beurt geeft zijn ‘zielevlam’ over aan het meisje, waarmee zijn zoektocht in de materiële wereld ten einde is, waarna hij zal worden opgenomen in een hogere werkelijkheid.

In elk van de genoemde werken komt het spanningsveld tussen de confrontatie met sterfelijkheid en het verlangen naar geestelijke groei en bevrijding naar voren. Smorenburg legt het belang hiervan voor zijn werk uit: “Voor mij is kunst in de diepste zin gerelateerd aan de confrontatie met eindigheid en sterfelijkheid. Mijn schilderkunst is een uiting van het verlangen naar transcendentie en probeert boven het persoonlijke uit te reiken naar het Mysterie.”